Ga direct naar de hoofdinhoud
Verbeelding, creativiteit, artisticiteit en kunstzinnigheid
Binnen de architectuur worden bepaalde begrippen vaak gebruikt alsof hun betekenis vanzelfsprekend is. Verbeelding, creativiteit, artisticiteit en kunstzinnigheid worden regelmatig als synoniemen behandeld of zonder onderscheid door elkaar gebruikt. Daardoor ontstaat verwarring over de aard van architectuur zelf.
Deze verwarring is niet onschuldig. Wanneer begrippen vervagen, vervaagt ook het begrip van het vak. Wat architectuur is, wat de architect doet en waaraan architectuur haar betekenis ontleent, wordt dan steeds moeilijker te beantwoorden.
Daarom is het zinvol deze begrippen van elkaar te onderscheiden.
Verbeelding is het vermogen mogelijkheden voor te stellen die nog niet bestaan. Zij opent het domein van het denkbare. Verbeelding maakt het mogelijk alternatieven te zien, nieuwe situaties te bedenken en verder te kijken dan de bestaande werkelijkheid. Verbeelding creëert mogelijkheden, maar zegt op zichzelf niets over hun waarde of geschiktheid.
Creativiteit is iets anders. Creativiteit is het vermogen om af te stemmen en op te lossen. Zij verbindt mogelijkheden met omstandigheden. Creativiteit zoekt niet primair naar het nieuwe, maar naar het passende. Zij onderzoekt hoe mens, plaats, functie, materiaal, constructie en betekenis met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht. Werkelijke creativiteit ontstaat niet uit willekeur, maar uit het vinden van de juiste verhouding tussen de dingen.
Artisticiteit is opnieuw iets anders. Artisticiteit is geen methode, geen techniek en geen doel. Zij is een kwaliteit die soms verschijnt. Wanneer vorm, materiaal, proportie, gebruik en betekenis samenvallen, kan een bijzondere kwaliteit zichtbaar worden die wij als artistiek ervaren. Artisticiteit kan niet worden afgedwongen. Zij ontstaat of zij ontstaat niet.
Kunstzinnigheid ten slotte is een benadering waarin artistieke expressie een belangrijke rol speelt. Kunstzinnigheid richt de aandacht op de uitdrukking, de vormtaal, het beeld en de individuele interpretatie. Zij kan waardevol zijn, maar zij is niet hetzelfde als artisticiteit. Een gebouw kan zeer kunstzinnig zijn opgevat zonder artisticiteit te bezitten. Omgekeerd kan een gebouw grote artisticiteit bezitten zonder ooit kunstzinnig bedoeld te zijn.
Dit onderscheid is van wezenlijk belang.
Veel historische gebouwen, dorpen, kloosters, boerderijen en stadsensembles zijn niet ontstaan vanuit een streven naar artistieke expressie. Hun makers hielden zich bezig met gebruik, constructie, klimaat, gemeenschap, economie en continuïteit. Toch ervaren wij vaak juist deze gebouwen als bijzonder mooi en betekenisvol. Hun artisticiteit was geen uitgangspunt maar een gevolg.
In veel hedendaagse architectuur wordt deze volgorde omgekeerd. Kunstzinnigheid wordt het vertrekpunt. Het gebouw moet een beeld uitdrukken, een concept verbeelden of een persoonlijke signatuur zichtbaar maken. Artisticiteit wordt daarbij niet langer gezien als een mogelijke consequentie van geslaagde architectuur, maar als een doel dat bewust wordt nagestreefd.
Daarmee verschuift ook het begrip creativiteit. Creativiteit wordt dan gelijkgesteld aan originaliteit, terwijl zij in wezen betrekking heeft op afstemming. De vraag wordt niet langer of een oplossing passend is, maar of zij nieuw, opvallend of onderscheidend genoeg is.
Hier ligt een fundamenteel misverstand.
Architectuur ontstaat niet uit verbeelding alleen. Zij ontstaat niet uit creativiteit alleen. Zij ontstaat niet uit artisticiteit en evenmin uit kunstzinnigheid.
Deze begrippen kunnen bijdragen aan architectuur, maar geen van hen vormt haar wezen.
Dat wordt zichtbaar wanneer wij het onderscheid maken tussen bouwen en architectuur.
Verbeelding, creativiteit, artisticiteit en kunstzinnigheid kunnen immers zowel in bouwen als in architectuur aanwezig zijn. Geen van deze begrippen verklaart daarom het verschil tussen beide.
Bouwen richt zich op het tot stand brengen van een bouwwerk.
Architectuur ontstaat wanneer dat bouwwerk betekenis krijgt in de relatie tussen mens, plaats, ruimte en tijd.
Die betekenis ligt niet besloten in het object zelf, maar in de wijze waarop het bouwwerk zich verhoudt tot het leven dat zich erin en eromheen afspeelt.
De maatstaf van die betekenis is leefbaarheid.
Vanuit dat perspectief krijgen de vier begrippen hun juiste plaats.
Verbeelding helpt mogelijkheden te zien.
Creativiteit helpt de juiste mogelijkheid te vinden.
Artisticiteit kan verschijnen wanneer de afstemming slaagt.
Kunstzinnigheid kan daarbij een rol spelen, maar is niet noodzakelijk.
Architectuur ontstaat wanneer bouwen betekenis krijgt.
Daarom is het van belang deze begrippen zorgvuldig te onderscheiden. Niet om hun betekenis te verkleinen, maar juist om hun werkelijke betekenis zichtbaar te maken. Pas wanneer verbeelding, creativiteit, artisticiteit en kunstzinnigheid hun eigen plaats krijgen, kan ook de architect zijn eigen plaats hervinden.
Niet als producent van objecten.
Niet als maker van beelden.
Maar als degene die verantwoordelijkheid draagt voor de afstemming waaruit betekenis en leefbaarheid kunnen ontstaan.