Artikel van de Catalaanse architect José Antonio Coderch uit 1961 " It Is Not Geniuses What We Need Now "
José Oubrerie en Le Corbusier in het Atelier S35 (Rue de Sevres Parijs) in 1959 De achterwand is een wandschildering van Le Corbusier zelf in een vormentaal die te herkennen is in zijn architectuur. De artiest als architect. Het was de tijd dat tekeningen op de tekentafel uitgewerkt werden en maquettes als studieobjecten gemaakt werden. Het atelier als laboratorium... Orde én Chaos...
In het Franse Firminy is één van de laatste ontwerpen van Le Corbusier en José Oubrerie gerealiseerd: een dependance voor het Museum van Kunsten in St. Etienne: oorspronkelijk bedacht als kerk. Een bijzonder bouwwerk: ik verwijs naar het onderstaand bestand: een artikel welke in 2007 werd gepubliceerd in het architectuurtijdschrift DAX.
Publicatie DAX 2007
Granada - Albaicin. De voormalige Moorse wijk in de huidige toestand; de oorspronkelijke Moorse patiowoningen getransformeerd door Christelijke veroveraars, in een nog steeds leefbare stedelijk weefsel. De Moorse woningen waren rondom de patio voorzien van smalle ruimte eenheden: de typische Moors- Arabische woningindeling. Deze ruimte-eenheden zijn nog duidelijk herkenbaar in de complexe opbouw van het stedelijk weefsel: een karakteristiek van juist Andalusische steden. Europese steden kemerkten zich in grotere wooneenheden, maar hebben een vergelijkbare transformatie ondergaan: een typische vorm van de Europese stad; herkenbaar van Stockholm tot Granada. Straten, stegen, pleinen zijn kenmerkend, tezamen met een bebouwingsstruktuur waarin diverse gebruiken zijn opgenomen en geintegreerd. De moderniteit meende dat een nieuwe stedelijke structuur meer levensvatbaar zou worden: de mens meende anders....
Links: straatbeeld in Aix-en-Provence - Frankrijk en rechts straatbeeld in Chefchaouen- Marokko. Een vergelijkbaar straatbeeld, echter in opzet en karakter verschillend. De Europese stad met woningen met licht- en ventilatie gericht op de straat en met begroeiing in de straat. De Arabische woning met gesloten woninggevels (met sporadische openingen boven ooghoogte- de voornaamste licht en ventilatie aan de patiozijde) en nagenoeg ontbreken begroeiing in de straat; begroeiing is ruimschoots voorzien in de patio's of riads.
Rodrigo Perez de Arce: woonhuis in de Italiaanse Campagna, waarin in de gevel archeologische vondsten zijn verwerkt, welke uit de nabije omgeving afkomstig zijn.
Rodrigo Perez de Arce: Een fragment in het paleis van de Romeinse keizer Diocletianus- het zicht op de getransformeerde westerlijke colonade van het Peristylium. Een invulling met een diversiteit van woningen.
Bestand met de 3 artikelen van Rodrigo Perez de Arce
Ghardaia - de hedendaagse stad in Algerije..in het gebied van de M'zab. Het ontstaan vanuit de moskee met minaret (links/midden op de foto), met concentrisch de organische groei van de stad. Intentie vanuit het Islamitische geloof van de oorspronkelijke bewoners, de Ibadieten, in de 9e eeuw n. Chr. De plek, de stichting midden in de onbewoonbare woestijn. Een sociaal en cultureel fenomeen die slechts de pretentie had om het Islamitisch geloof zuiverder uit te dragen. Het bouwen en architectuur zijn gelijkwaardig, anders gezegd, niet onderscheidend en volledig onderdeel van het dagelijks leven. Le Corbusier onderkende deze waarde reeds in 1931. De Franse architect Andre Ravereau was in 1949 dermate geinspireerd door de cultuur van de M'zab, dat hij besloot zich eerst volledig te verdiepen in deze cultuur, alvorens zijn opleiding als architect af te ronden.
Ghardaia: markt met op de achtergrond (linksboven) de op een hoogte gelegen moskee met minaret: eenheid in verscheidenheid. Het marktplein met de boogconstructies van de arcade en gevelopeningen in een ongelijkmatige reeks en vorm: een andere orde van esthetica, afgestemd op lokale bouwmaterialen en bouwmethodiek. Er is geen onderscheid in moskee en woning. De architectuur gaat op in het dagelijks leven. Energiewerking: met verwijzing naar de Griekse filosoof Heraklitos en Pantha Rei..alles stroomt/alles in beweging. Pretentie heeft hier een disharmonische uitwerking. Foto uit uitgave Atelier le Desert - Parentheses
Bovenstaand: een vertaling uit het boek le M'zab une leocon d'architecture van drie artikelen: de eerste van Hassan Fathy en twee van André Ravéreau.
Djenan el Hassan - Roland Simounet ca 1960 ( foto onbekende bron)
Djenan el Hassan 2003 (foto Dominique Delaunay - uitgave Alger Paysage urbain et architecture 1800-2000)
De Vastu Purusha is de personificatie van ruimte-energie:
een kaart die laat zien hoe een plek wil ademen, bewegen en ondersteunen.
De 5 elementen in Feng Shui zijn een dynamisch systeem dat laat zien hoe energie ontstaat, groeit, wordt afgeremd en weer tot rust komt — precies zoals in het leven zelf.
FENG SHUI: De Bagua is een energetische levenskaart die laat zien hoe een woonruimte samenhangt met thema’s als werk, liefde, gezondheid en groei — en hoe daar bewust invloed op uitgeoefend kan worden.
Het Paleis van Karel V is een renaissancepaleis in de Alhambra in Granada, gebouwd vanaf 1527 in opdracht van Karel V. Het valt op door zijn vierkante vorm met een ronde binnenhof, uniek in Spanje, en vormt een sterk contrast met de Moorse architectuur van de rest van de Alhambra. Tegenwoordig bevat het musea.
Het ronde binnenhof....
Patio de los Leones- binnenhof in Alhambra. Islamitisch (Nasridische) architectuur gebouwd vóór de tijd van het paleis van Karel V... Een opmerkelijke kwaliteit in vergelijk met het paleis van Karel V... Een verfijning van de Islamitische architectuur die boven die van de Renaissance architectuur staat...sprankelende enerergiewerking? Een spel met licht en ruimte...
Het Alambra: Patio de la Lindaraja - foto van Cees Boevé Photography... energiewerking in het samenkomen van bebouwing en gecultiveerd landschap
In GALERIE worden de meest uiteenlopende thema's in het bouwen en architectuur aan de orde gesteld. Van tijd tot tijd worden nieuwe thema's geplaatst, met de intentie om uiteindelijk te komen tot een overzicht over het bouwen en architectuur, getiteld "Overwegingen".
Feitelijk vormen de onderstaande thema's één geheel; het is dan ook onvermijdelijk dat er een aantal aspecten meerdere keren aan de orde komen. Alle thema's zijn afgestemd op de visie van NOVIOTECTO.
In een onwillekeurige volgorde wordt aan de orde gesteld:
1. GENIUS LOCI
2. DUURZAAMHEID
3. VERSCHIJNINGSVORM en MATERIALISERING
4. TYPOLOGIE, PATRONEN en ELEMENTEN
5. ORNAMENTEN en VERSIERING
6. SPIRITUALITEIT
7. GEOMANTIE
8. UNICITEIT
9. LE CORBUSIER
10. CULINAIR
11. STEDEBOUW of STEDENBOUW ?
12. TRANSFORMATIE in het bouwen en architectuur / stedenbouw
13. BOUWKUNST, BAUKUNST, BYGGEKUNST, BYGGNADSKONST, ARCHITECTUUR, ARCHITECTURE,ARQUITECTURA, ARCHITETTURA, ARCHITEKTUR, ARKITEKTUR
14. HEINRICH TESSENOW - HAUSBAU und DERGLEICHEN
15. M'ZAB: een bijzondere cultuur in de woestijn
16. BIDONVILLES, SHANTYTOWNS, FAVELAS...SLOPPENWIJKEN....
17. HET DETAIL in het bouwen en architectuur
18. LANDSCHAP en ARCHITECTUUR
19. MODERNITEIT versus TRADITIE
20. ENERGIEWERKING
21. MANIFEST wetenschap geworteld in spiritualiteit
22. HET BOUWPROCES
23. ONDERWIJS: een reorganisatie
24. WERELDBEVOLKING en ARCHITECTUUR
1. GENIUS LOCI
Binnen de visie van NOVIOTECTO wordt GENIUS LOCI begrepen als het specifieke en werkzame karakter van een plek. Elke locatie draagt een eigen samenhang van natuurlijke, culturele en spirituele krachten in zich. Bouwen is daarom nooit een neutrale handeling, maar altijd een ingreep in een bestaande orde.
In traditionele culturen was deze orde vanzelfsprekend onderdeel van het bouwen. De situering van nederzettingen en bouwwerken werd afgestemd op aarde en kosmos, op landschap, energie en gebruik. Het bouwen had naast een pragmatische functie altijd een spirituele intentie: het zoeken naar harmonie tussen mens, plek en omgeving.
In de moderne westerse architectuur is dit besef grotendeels verdwenen. GENIUS LOCI wordt nog wel benoemd, maar vaak gereduceerd tot uiterlijke context of sfeer. De diepere werking van de plek blijft buiten beschouwing, terwijl juist daar de betekenis en leefbaarheid ontstaan.
NOVIOTECTO keert terug naar een benadering waarin GENIUS LOCI het vertrekpunt vormt. Niet het ontwerp bepaalt de plek, maar de plek geeft richting aan het bouwen. Architectuur ontstaat door afstemming: van intentie, vakmanschap en werking. Elke ingreep kan de kwaliteit van een plek versterken, verstoren of transformeren.
Bouwen betekent altijd verstoren. De essentie ligt in de zorgvuldigheid van die verstoring. Door de klassieke triade van schoonheid, doelmatigheid en stevigheid als samenhang te hanteren, kan architectuur bijdragen aan een leefbare en betekenisvolle omgeving.
GENIUS LOCI vraagt geen stilistische vertaling, maar aandacht, erkenning en respect. Wie leert bouwen vanuit de geest van de plek, bouwt in relatie tot mens, natuur en kosmos.
2. DUURZAAMHEID
Binnen de visie van NOVIOTECTO is duurzaamheid geen opzichzelfstaand doel, maar een vanzelfsprekend gevolg van juist bouwen. Wanneer bouwen wordt benaderd vanuit de samenhang tussen kosmos, natuur en mens, is het expliciet benoemen van duurzaamheid overbodig. Zorgvuldigheid, vakmanschap en respect voor de omgeving zijn daarin al besloten.
De natuur toont dat duurzaamheid geen complex vraagstuk is. Natuurlijke systemen zijn efficiënt, logisch en voortdurend in transformatie. Tijdelijkheid en verandering zijn geen tekortkomingen, maar wezenlijke eigenschappen. Architectuur die uit deze logica voortkomt, kan zich aanpassen, verouderen en transformeren zonder haar betekenis te verliezen.
De hedendaagse westerse benadering van duurzaamheid staat hier haaks op. In plaats van eenvoud en samenhang is zij vaak technocratisch, complex en kostbaar. Duurzame maatregelen worden toegevoegd aan gebouwen die in hun basis niet duurzaam zijn. Het bouwwerk wordt benaderd als een autonoom object dat niet mag veranderen, terwijl het juist aanpasbaarheid en eenvoud vraagt.
NOVIOTECTO bekritiseert deze benadering niet uit afwijzing van verantwoordelijkheid, maar uit zorg voor wezenlijke leefbaarheid. Duurzaamheid die afhankelijk is van zware techniek, geïmporteerde materialen en permanente ingrepen, verliest haar relatie met natuur en plaats. Wat als duurzaam wordt gepresenteerd, blijkt vaak een correctie op eerdere ontwerpfouten.
Echte duurzaamheid ontstaat in de intentie. In het kiezen van lokale materialen, in kennis van hun eigenschappen, in zorgvuldige detaillering en in vakmanschap. Niet door labels of certificaten, maar door een logische afstemming tussen materiaal, gebruik en omgeving. Techniek is daarbij ondersteunend, nooit leidend.
Binnen NOVIOTECTO wordt duurzaamheid daarom niet als marketingbegrip gebruikt. Zij is geen doel op zich, maar een vanzelfsprekende uitkomst van bouwen dat menselijk, betekenisvol en in balans met de omgeving is. Wat juist gebouwd is, hoeft niet als duurzaam benoemd te worden — het is het reeds.
Duurzaamheid als signaal
Dat duurzaamheid vandaag expliciet benoemd moet worden, is geen teken van vooruitgang, maar een aanwijzing dat het bouwen zijn vanzelfsprekende kwaliteit heeft verloren. Wat in traditionele bouwculturen impliciet aanwezig was — zorgvuldige omgang met materiaal, energie en levensduur — is verworden tot een extern criterium.
Duurzaamheid is bovendien geen opgave die een architect autonoom kan beheersen. Zij vraagt om nauwe samenwerking met specialisten en maakt zichtbaar dat het bouwproces wezenlijk collectief is. Daarmee verschuift de rol van de architect: van vormgever naar afstemmer van intentie, kennis en verantwoordelijkheid.
Binnen NOVIOTECTO is duurzaamheid geen doel op zich, maar een gevolg. Wanneer bouwen opnieuw wordt benaderd vanuit vakmanschap, afstemming en betekenis, wordt duurzaamheid vanzelfsprekend — en hoeft zij niet langer benoemd te worden.
3. VERSCHIJNINGSVORM en MATERIALISERING
Binnen de benadering van NOVIOTECTO zijn verschijningsvorm en materialisering geen autonome ontwerpopgaven, maar dragers van betekenis. De manier waarop een gebouw wordt vormgegeven en gebouwd, bepaalt hoe het wordt begrepen, gebruikt en door de samenleving gewaardeerd.
Een vergelijking tussen modernistische en traditionele bouwwerken maakt dit scherp zichtbaar. Traditionele gebouwen tonen dat betekenis niet ontstaat uit pretentie of originaliteit, maar uit samenhang: tussen vorm, materiaal, klimaat, gebruik en tijd. Zij zijn gebouwd vanuit een logische vormentaal die door generaties heen herkenbaar en leesbaar is gebleven, en daardoor kan transformeren zonder haar karakter te verliezen.
De modernistische benadering daarentegen richt zich vaak op het gebouw als autonoom object. Vorm wordt een doel op zich, materialisering een technisch experiment. Duurzaamheid, innovatie en expressie worden toegevoegd aan een ontwerp dat in zijn basis niet is afgestemd op klimaat, gebruik of veroudering. Het resultaat is een architectuur die snel betekenis verliest en zich moeilijk laat aanpassen.
NOVIOTECTO stelt dat publieke gebouwen in het bijzonder een verantwoordelijkheid dragen. Architectuur die vooral wil “scoren” in artistieke of intellectuele zin, verliest haar relatie met de samenleving. Maakbaarheid heeft alleen waarde wanneer zij voortkomt uit begrip van hoe een gebouw werkt — niet uit de aanname dat het zal moeten werken.
Traditie wordt binnen NOVIOTECTO niet gezien als stilstand, maar als overdracht van kennis en kunde. Zij erkent verschillen, laat transformatie toe en biedt ruimte aan vernieuwing zolang die logisch voortkomt uit context en gebruik. Moderniteit is daarin geen tegenhanger, maar slechts een mogelijk vernieuwend aspect. Vernieuwing heeft alleen betekenis wanneer zij dienstbaar is aan werking en leefbaarheid.
Het onderscheid tussen traditioneel en modern is daarmee geen kwestie van tijd, maar van afstemming. Architectuur die betekenisvol is voor mensen, kan tijdloos zijn of op natuurlijke wijze veranderen. Architectuur die dat niet is, veroudert snel — ongeacht haar ambitie.
Verschijningsvorm en materialisering zijn dus geen stilistische keuzes, maar morele en culturele posities. Zij tonen of een gebouw werkelijk is afgestemd op de mens en zijn omgeving.
4. TYPOLOGIE, PATRONEN en ELEMENTEN
Binnen de benadering van NOVIOTECTO zijn typologie, patronen en elementen geen vaste vormen of stijlen, maar middelen om menselijke behoeften, gebruik en betekenis te structureren. Zij ontstaan niet door kopiëren, maar door herhaling, ervaring en aanpassing door de tijd.
Typologie verwijst niet naar het nabootsen van een model, maar naar een onderliggende idee die richting geeft aan vorm en gebruik. Een type is duurzaam omdat het zich kan ontwikkelen: het verandert mee met de samenleving, terwijl het herkenbaar blijft. Zo ontstaan nieuwe typologieën uit bestaande, zoals het stadion uit het amfitheater, of stations en luchthavens uit nieuwe vormen van collectief gebruik.
Patronen beschrijven terugkerende menselijke handelingen en sociale situaties: samenkomen, afzonderen, werken, verblijven, bewegen. Zij geven richting aan hoe typen en elementen worden toegepast en ervaren. Architectuur krijgt betekenis wanneer zij aansluit bij deze patronen en ze op een vanzelfsprekende wijze ondersteunt.
Elementen — zoals daken, ramen, deuren, kolommen, hoven en trappen — zijn geen neutrale bouwstenen, maar dragers van ervaring en symboliek. Zij zijn empirisch ontstaan en hebben zich bewezen in relatie tot licht, ruimte, gebruik en klimaat. Hun waarde ligt niet in originaliteit, maar in hun vermogen om betekenis over te dragen.
NOVIOTECTO beschouwt typologie, patronen en elementen als dynamisch. Zij hebben alleen betekenis zolang zij zijn afgestemd op mens en plek. Verandert het gebruik of de symboliek, dan ontstaan nieuwe typen en patronen, of transformeren bestaande. Dit proces vindt niet plaats in abstractie, maar binnen een groter geheel waarin mens, natuur en kosmos samenkomen.
Massaproductie en grootschalige prefabricatie ontkennen deze afstemming vaak. Wanneer typen en elementen worden gereduceerd tot herhaalbare producten, verliezen zij hun relatie met plek, gebruik en diversiteit. Architectuur verliest dan haar ziel en wordt monotoon.
Binnen NOVIOTECTO blijven typologie, patronen en elementen daarom open en ongedefinieerd. Zij vormen een kader, geen voorschrift. Hun kracht ligt in hun vermogen om telkens opnieuw betekenisvol te worden — in relatie tot de mens, de plek en het bouwen als levend proces.
5. ORNAMENTEN en VERSIERING
Binnen de visie van NOVIOTECTO zijn ornament en versiering geen toevoegingen, maar wezenlijke uitdrukkingen van bouwen. Zij ontstaan niet uit decoratieve wil, maar uit het maken zelf: uit materiaal, techniek, maat en gebruik. In die afstemming toont zich het vakmanschap.
In traditionele culturen groeiden ornamenten vanzelfsprekend uit het ambacht. Patronen ontstonden tijdens het maken en verduidelijkten de aard van het materiaal, symboliek en de functie van het object of bouwwerk. Zonder pretentie, zonder uitleg. De mens herkende, begreep en beleefde deze afstemming intuïtief als harmonieus.
Ornamentiek vindt haar oorsprong in de essentie van het bouwen. Een bouwwerk is in wezen een gebruiksvoorwerp. Detaillering, overgangen en verhoudingen zijn daarom geen esthetische extra’s, maar noodzakelijke schakels tussen materiaal, constructie en ruimte. In de klassieke bouwkunst — met name de Griekse tempelbouw — werd dit tot in de kern ontwikkeld. Ornament en symboliek waren daar onlosmakelijk verbonden met ritueel, betekenis en spiritualiteit.
Deze ornamentiek was geen versiering om de versiering, maar een drager van betekenis. Zij gaf uitdrukking aan het onbenoembare en verbond vakmanschap met kosmische en culturele orde. Het latere verlies van dit begrip leidde tot willekeurige toepassing en overdaad, waarop kritiek volgde. De afwijzing van ornament in de moderniteit was echter geen afwijzing van het wezen ervan, maar van haar onbegrip en misbruik.
NOVIOTECTO benadrukt dat ornament ook de eigenheid van materialen zichtbaar maakt. Overgangen, naden en reliëf tonen hoe materialen werken, verouderen en reageren. Traditioneel bouwen erkende deze eigenschappen en gaf ze bewust vorm. De modernistische benadering daarentegen streeft vaak naar abstracte, gladde objecten waarin materialiteit en overgang worden ontkend.
Ornament en versiering zijn daarmee geen stijlkeuze, maar een houding. Zij tonen respect voor materiaal, vakmanschap en betekenis. In alle culturen — westers en niet-westers — vervullen zij deze rol. Waar ornament voortkomt uit maken, draagt zij bij aan herkenning, identiteit en leefbaarheid.
6. SPIRITUALITEIT
Binnen de visie van NOVIOTECTO is spiritualiteit geen afzonderlijk of zweverig fenomeen, maar een onlosmakelijk onderdeel van het dagelijks leven. Zij verwijst naar het onbenoembare: datgene wat niet volledig verklaard kan worden, maar wel ervaren, aangevoeld en herkend. Spiritualiteit is de verbinding met intuïtie en vormt de basis van betekenis en bezieling.
Bouwen en architectuur maken hier altijd deel van uit. Er bestaat geen niet-spiritueel bouwen. Elke ingreep in de leefomgeving heeft een uitwerking op harmonie of disharmonie. Spiritualiteit gaat daarbij niet over goed of fout, mooi of lelijk, maar over afstemming. Intentie, ethiek en vakmanschap bepalen of een bouwwerk bijdraagt aan samenhang en welzijn, of juist aan verstoring.
NOVIOTECTO beschouwt spiritualiteit niet als synoniem voor religie. Religie is één mogelijke, vaak dogmatische, uitdrukking ervan. Spiritualiteit overstijgt geloofssystemen en is alomtegenwoordig. Zij manifesteert zich in de relatie tussen mens, natuur en kosmos, en in de wijze waarop energie — harmonieus of disharmonisch — wordt gegenereerd en ervaren.
In traditionele culturen was deze samenhang vanzelfsprekend onderdeel van het bouwen. Iedere cultuur ontwikkelde haar eigen klassieke benadering, waarin orde, constructie en betekenis op elkaar waren afgestemd. De klassieke vormentaal in het Westen is daar één voorbeeld van, maar geen universeel of toekomstbepalend model. Wat deze benaderingen verbindt, is de aandacht voor werking: hoe materialen, krachten en vormen samenwerken zonder overbelasting of verspilling.
De modernistische bouwpraktijk heeft deze samenhang grotendeels losgelaten. Door abstractie, maakbaarheid en technisch forceren ontstaan constructies die permanent onder spanning staan — fysiek én energetisch. Vakmanschap wordt daardoor onvolledig en de uitwerking vaak disharmonisch.
NOVIOTECTO pleit niet voor een terugkeer naar één vormentaal, maar voor een herwaardering van spiritueel bewustzijn in het bouwen. Met juiste intentie, kennis en intuïtie kan ook een nieuwe vormentaal ontstaan. Essentieel is het openstaan voor leren — zowel uit de eigen traditie als uit niet-westerse culturen — en het erkennen dat architectuur pas betekenisvol wordt wanneer zij is afgestemd op het onbenoembare dat mens en omgeving verbindt.
7. GEOMANTIE
Binnen de visie van NOVIOTECTO wordt geomantie erkend als een wezenlijk inzicht in de relatie tussen mens, natuur en kosmos. Geomantie gaat uit van de aanwezigheid en werking van krachten en energieën in de aarde, van de kosmos en hun invloed op menselijk handelen, gebruik en bouwen.
Elke plek kent een specifieke energiewerking. Deze kan harmonieus of disharmonisch zijn, afhankelijk van aardse, kosmische en door de mens veroorzaakte invloeden. Bouwen is daarom nooit een neutrale ingreep. Een bouwwerk versterkt, verstoort of transformeert de energetische kwaliteit van een locatie — bewust of onbewust.
In traditionele culturen was deze kennis vanzelfsprekend onderdeel van het bouwen. Vestigingsplaatsen en bouwwerken werden afgestemd op de aanwezige krachten van aarde en kosmos. Geomantie vormde daarmee een eerste voorwaarde voor leefbaarheid. De bouwmeester bezat deze kennis, of werd bijgestaan door een geomant. Het bouwen was niet alleen technisch en pragmatisch, maar ook spiritueel en collectief gedragen.
De moderne westerse cultuur heeft dit bewustzijn grotendeels verloren. Grootschalige ingrepen in landschap en stad, technologische systemen en abstracte bouwpraktijken hebben vaak een disharmonische uitwerking. Deze verstoring blijft meestal onopgemerkt, maar manifesteert zich in onleefbaarheid, vervreemding en uitputting.
NOVIOTECTO pleit niet voor het letterlijk overnemen van traditionele rituelen of symboliek. Geomantie is geen methode of recept. Het is een houding van aandacht en afstemming. Door bewust te worden van energiewerking en door te luisteren naar intuïtie, kan bouwen opnieuw in relatie komen te staan tot mens en omgeving.
De triade van NOVIOTECTO vormt hierbij een kader, geen handleiding. Zij nodigt uit tot bewust handelen, juiste intentie en respect voor plekken met een bijzondere kwaliteit. Geomantie vraagt geen dogma, maar waarneming.
Wie leert kijken naar de aarde als levend geheel, bouwt met zorg. Dat is geen nostalgie, maar een noodzakelijke stap richting een leefbare toekomst.
8. UNICITEIT
Binnen de visie van NOVIOTECTO wordt uniciteit niet opgevat als uitzonderlijkheid of genialiteit, maar als eigenheid binnen een groter geheel. Elk mens, elke plek en elk bouwwerk is uniek door zijn specifieke afstemming op context, gebruik en betekenis.
In de moderne cultuur is uniciteit verworden tot een doel op zich. Architectuur en kunst worden vaak beoordeeld op originaliteit, zichtbaarheid en onderscheidend vermogen. Dit leidt tot een misvatting waarin het individuele genie centraal staat en het gebouw een middel wordt om persoonlijke uitzonderlijkheid te etaleren. In de publieke ruimte — waar architectuur altijd een collectieve uitwerking heeft — is dit een fundamentele valkuil.
NOVIOTECTO stelt daar een andere benadering tegenover. Werkelijke uniciteit ontstaat niet uit pretentie, maar uit authenticiteit. Zij is geen claim, maar een gevolg. Een bouwwerk wordt uniek wanneer het op een vanzelfsprekende wijze is afgestemd op mens, plek en gebruik. Deze uniciteit is niet luid, maar herkenbaar. Niet tijdelijk, maar duurzaam.
De jacht op uniciteit binnen de modernistische cultuur leidt paradoxaal genoeg tot uniformiteit. Waar iedereen uniek wil zijn, ontstaan herhalingen van hetzelfde gebaar. Vorm en expressie raken losgezongen van betekenis, en uniciteit wordt inwisselbaar.
NOVIOTECTO benadrukt dat uniciteit geen hiërarchie impliceert. Het idee van het genie is geen voorwaarde voor betekenisvolle architectuur. Integendeel: architectuur vraagt om verantwoordelijkheid, vakmanschap en moreel besef. Zij vraagt om verbondenheid met plaats, traditie en samenleving.
Uniciteit krijgt pas waarde binnen diversiteit en samenhang. Wanneer verschillen worden erkend en gedragen binnen een gedeelde orde, ontstaat een rijk en leesbaar geheel. Architectuur wordt dan geen podium voor uitzonderingen, maar een leefbaar kader voor het alledaagse.
In die zin is uniciteit geen doel, maar een resultaat van juist handelen. Wie bouwt met aandacht en integriteit, hoeft niet uitzonderlijk te willen zijn — het werk zal het zijn.
Een afsluiting met een citaat van de Catalaanse architect José Antonio Coderch, uit het Italiaanse tijdschrift DOMUS van 1961; geschreven in een tijd waarin globalisme al sterk gevorderd was.
..."No, I do not believe that it is geniuses that we need today. I believe that geniuses just happened, they are neither means nor ends. Neither do I think that we need Popes of architecture, nor great doctrinaires and
prophets (I am always doubtful of those) . . . I think that above all we need good schools and good professors. We must take advantage of what remains of our constructive tradition, and particularly of our moral one, in this epoch when our most beautiful words have lost their true meaning.
. . . We must make it so that thousands and thousands of architects think less about Architecture, money, and the cities of the next millennium, and more about the very fact of being an architect. We need them to work with a rope attached to their feet, so that they cannot drift too far away from the land in which they have roots, nor from the men and women that they know best."...
9. Le Corbusier en mijn zoektocht
Binnen de ontwikkeling van NOVIOTECTO neemt de ontmoeting met het oeuvre van Le Corbusier een bijzondere plaats in. Zijn werk vormde een noodzakelijke confrontatie binnen mijn zoektocht naar de essentie van bouwen en architectuur. Niet als navolging, maar als verdieping en toetsing.
Een intensieve studie van zijn werk maakte zichtbaar hoe krachtig en invloedrijk de modernistische architectuur is geweest. Le Corbusier was een uitzonderlijke figuur: visionair, experimenteel en compromisloos. Zijn projecten functioneren als manifesten — gebeurtenissen op zichzelf — en hebben het architectonisch denken blijvend veranderd.
Het persoonlijke contact met José Oubrerie, een van Le Corbusiers laatste projectarchitecten, bracht deze studie tot een beslissend keerpunt. De voltooiing van de kerk in Firminy, decennia na het oorspronkelijke ontwerp, maakte inzichtelijk hoe modernistische architectuur zich verhoudt tot tijd, transformatie en gebruik. Het project toonde zowel de kracht als de beperkingen van deze benadering.
Deze periode bracht helderheid. De modernistische architectuur bleek geen eindpunt, maar een fase. Een noodzakelijke stap om te begrijpen waar de verbinding met het dagelijkse leven, vakmanschap en betekenis verloren was gegaan. Juist door deze verdieping werd het mogelijk om opnieuw te kijken naar de klassieke vormentaal en de vernacular architecture — niet uit nostalgie, maar vanwege hun blijvende afstemming op mens en gebruik.
Le Corbusier blijft een figuur van groot belang. Zijn gedrevenheid, onderzoekende houding en zoektocht naar orde en maat blijven inspirerend. Tegelijkertijd maakte deze confrontatie duidelijk dat architectuur voor het dagelijks leven een andere houding vraagt dan architectuur als evenement.
De zoektocht eindigde niet, maar verschoof. Zoals ook Le Corbusier zelf voortdurend bleef zoeken, zo blijft ook hier de beweging gaande: tussen traditie en vernieuwing, tussen experiment en ervaring. Niet om een definitief antwoord te vinden, maar om steeds opnieuw betekenis te toetsen aan de mens en zijn leefomgeving.
10. CULINAIR
Binnen de visie van NOVIOTECTO fungeert het culinaire domein als een heldere spiegel voor bouwen en architectuur. Koken en bouwen delen dezelfde kern: kennis en kunde, vakmanschap, intuïtie en afstemming op mens, plek en traditie.
Een eenvoudig ingrediënt zoals de tomaat laat dit zien. Oorspronkelijk geen vanzelfsprekend onderdeel van de Europese keuken, maar door selectie, ervaring en gebruik uitgegroeid tot een dragend element binnen de Italiaanse culinaire traditie. Niet door radicale vernieuwing van vorm, maar door verfijning binnen een herkenbaar type. De tomaat veranderde, maar bleef zichzelf.
Zo werkt ook architectuur. Tradities ontstaan door zorgvuldige afstemming en herhaling, niet door willekeurige innovatie. Uitheemse elementen kunnen worden opgenomen, mits zij logisch integreren in bestaande patronen van gebruik en betekenis. Wat eenmaal deel wordt van het dagelijks leven, wordt als vanzelfsprekend ervaren — ongeacht oorsprong.
De hedendaagse voedselindustrie laat zien wat er gebeurt wanneer deze samenhang verloren raakt. Biologisch voedsel wordt gepresenteerd als uitzonderlijk, terwijl het juist de norm zou moeten zijn. Marketing vervangt kwaliteit. Toegankelijkheid maakt plaats voor marktwerking. Deze dynamiek is rechtstreeks vergelijkbaar met hoe duurzaamheid in de bouw wordt ingezet als label, in plaats van als vanzelfsprekend gevolg van juist handelen.
Culinair vakmanschap draait om aandacht, eenvoud en dienstbaarheid. Niet om spektakel. Innovatie die losraakt van gebruik en cultuur verliest betekenis. Fusionkeukens, extreme experimenten of technologische alternatieven zijn niet per definitie problematisch, maar vragen om dezelfde kritische afstemming als vernieuwende architectuur.
Ook de relatie tussen gerecht en servies toont deze parallel. Vorm en functie zijn op elkaar afgestemd, gegroeid uit ervaring. Bestek en servies zijn geen designobjecten op zichzelf, maar hulpmiddelen die gebruik ondersteunen. Wat in het culinaire domein vanzelfsprekend is, is in de architectuur grotendeels vergeten.
Het culinaire voorbeeld maakt duidelijk: kwaliteit is de eerste voorwaarde. Door respect voor materiaal, traditie en gebruiker. Zoals koken een dagelijks ambacht is, zo is bouwen dat ook. Architectuur wordt pas betekenisvol wanneer zij, net als goed eten, voedt zonder zich op te dringen.
11. STEDEBOUW of STEDENBOUW ?
Binnen de visie van NOVIOTECTO is het onderscheid tussen stedebouw en stedenbouw meer dan terminologie. Het raakt aan de kern van hoe wij onze leefomgeving begrijpen. Stedebouw verwijst oorspronkelijk naar het maken van een stede: een plek, een samenhang van bouwwerken, een omgeving voor het dagelijks leven. Pas in tweede instantie groeit deze samenhang uit tot wat wij een stad noemen.
De moderne westerse cultuur heeft dit onderscheid uit het oog verloren. Stedenbouw wordt benaderd als een schaalvergroting van architectuur en gestuurd door dezelfde maakbaarheidslogica. Het resultaat is een abstracte ordening waarin menselijke maat, betekenis en leefbaarheid onder druk staan. Juist door de schaal is de impact hiervan langdurig en ingrijpend.
Traditionele steden en nederzettingen zijn anders ontstaan. Zij groeiden vanuit gebruik, sociale structuren en lokale omstandigheden. Rasterstructuren en ordeningen transformeerden geleidelijk, werden aangepast en verfijnd. Deze spontane ontwikkeling — inclusief onregelmatigheid en verschil — was geen tekortkoming, maar een voorwaarde voor leefbaarheid. Daarbij speelden naast pragmatische ook geomantische factoren een rol.
Architecten en denkers als Aldo Rossi, Rob Krier en Leon Krier hebben deze samenhang opnieuw onder woorden gebracht. Zij benadrukten dat de stad geen optelsom is van objecten, maar een collectief geheugen en een drager van betekenis, waarin architectuur en stedelijke ruimte onlosmakelijk verbonden zijn.
Tegelijkertijd heeft de analyse van de hedendaagse metropool, zoals verwoord door Rem Koolhaas, zichtbaar gemaakt dat de moderne stad niet volledig maakbaar is. Dichtheid, fragmentatie en globalisering creëren nieuwe dynamieken, maar gaan vaak gepaard met verlies aan identiteit en samenhang.
NOVIOTECTO stelt dat juist hier een herwaardering nodig is van stedebouw als het maken van leefbare plekken. Niet door controle of abstracte systemen, maar door afstemming, transformatie en begrip van onderliggende krachten. In extreme stedelijke fenomenen zoals sloppenwijken en informele steden wordt dit zichtbaar: daar ontstaan andere ordeningen, buiten bestaande theorieën om. Juist daar liggen lessen over menselijk aanpassingsvermogen en toekomstige leefbaarheid.
Stedebouw vraagt daarom om meer dan techniek en planning. Zij vraagt om inzicht in betekenis, tijd en plaats — en om respect voor de stad als levend proces.
12. TRANSFORMATIE in het bouwen en architectuur / stedenbouw
Binnen de visie van NOVIOTECTO is transformatie geen uitzondering, maar een fundamenteel onderdeel van bouwen, architectuur en stedenbouw. Architectuur en stedelijke ensembles zijn nooit af; zij veranderen mee met gebruik, tijd en samenleving.
De Chileense architect Rodrigo Pérez de Arce heeft dit inzicht scherp verwoord met het begrip additieve transformatie. Zijn studies laten zien hoe gebouwen en steden in het verleden op een vanzelfsprekende manier werden uitgebreid, aangepast en verrijkt. Niet door vervanging, maar door toevoeging. Niet door breuk, maar door continuïteit.
In het voor-moderne bouwen was transformatie onderdeel van het dagelijks leven. Bouwwerken — zowel voorname als alledaagse — werden aangepast binnen een gedeelde vormentaal. Materialen werden hergebruikt, details verfijnd, ruimtes opnieuw geïnterpreteerd. Deze ingrepen waren niet tijdelijk of cosmetisch, maar structureel en betekenisvol. Zij versterkten de samenhang van stad en gebouw.
De modernistische benadering heeft deze capaciteit grotendeels verloren. Gebouwen worden ontworpen als autonome objecten, niet als dragers van verandering. Wanneer transformatie zich aandient, ontbreekt vaak de architectonische taal om daarop te reageren. Het resultaat is verval, sloop of geforceerde ingrepen die de oorspronkelijke structuur ondermijnen.
Perez de Arce liet zien dat zelfs modernistische ensembles — zoals die van Le Corbusier en Louis Kahn — vragen om aanvullende structuren en ruimtes om werkelijk leefbaar te worden. Transformatie is daarbij geen correctie achteraf, maar een noodzakelijke vervolgstap.
NOVIOTECTO beschouwt transformatie als toetssteen voor kwaliteit. Architectuur die zich niet kan aanpassen, mist duurzaamheid, betekenis en toekomstwaarde. Bouwen dat wél ruimte laat voor additie en verandering, blijft verbonden met het dagelijks leven.
Transformatie vraagt om bescheidenheid en inzicht. Niet het voltooide beeld is leidend, maar het vermogen van een gebouw of stad om mee te groeien. Daarin ligt de continuïteit van cultuur — en de sleutel tot leefbaarheid.
13. BOUWKUNST, BAUKUNST, BYGGEKUNST, BYGGNADSKONST,
ARCHITECTUUR, ARCHITECTURE,ARQUITECTURA, ARCHITETTURA, ARCHITEKTUR, ARKITEKTUR
Binnen de visie van NOVIOTECTO is het onderscheid tussen bouwkunst en architectuur geen taalkundige curiositeit, maar een aanwijzing voor een dieper cultureel verschuivingsproces in het bouwen.
De Germaans-talige begrippen bouwkunst, baukunst, byggekunst en byggnadskonst verwijzen oorspronkelijk naar bouwen als een geïntegreerde handeling. Kunstzinnigheid, vakmanschap, gebruik en spiritualiteit vormden één geheel. Het was onzinnig om kunst als afzonderlijk aspect te benoemen, omdat zij vanzelfsprekend onderdeel was van het dagelijkse bouwen. Er bestond hooguit onderscheid tussen alledaagse en voorname bouwwerken, niet tussen bouwen en kunst.
De Latijnse begrippen architectura en haar afgeleiden ontstonden in een andere context. Met de opkomst van het humanisme en later de Renaissance werd het bouwen steeds meer benaderd als een intellectueel en esthetisch spel. De klassieke orden werden herontdekt en ingezet als ontwerptaal. Architectuur werd een discipline van compositie, theorie en academische scholing. Kunst en ontwerp kwamen los te staan van het ambacht en het dagelijks leven.
In Germaans-talige landen ontstonden daardoor twee parallelle begrippen: bouwkunst en architectuur. Gaandeweg verschoof de betekenis. Architectuur werd de dominante term, terwijl bouwkunst in onbruik raakte. Wat bleef, was een groeiende afstand tussen bouwen en gebruik, tussen ontwerp en bewoning.
Met de opkomst van de moderne architectuur in de 20e eeuw kreeg deze scheiding een nieuwe vorm. Het Nieuwe Bouwen presenteerde zich als rationeel en functioneel, waarbij het kunstaspect bewust werd teruggedrongen. Toch bleef het begrip architectuur gehandhaafd. Wonen en publieke gebouwen werden onderdeel van een nieuw architectonisch spel, los van traditionele betrokkenheid van bewoners en gebruikers.
NOVIOTECTO wijst erop dat hier een fundamentele verschuiving heeft plaatsgevonden. Waar bouwen in alle culturen een collectieve en gedragen handeling was, is het verworden tot een proces waarin bewoners steeds verder buiten spel zijn gezet. Architectuur is niet langer vanzelfsprekend onderdeel van het leven, maar een opgelegd resultaat van ontwerp, markt en bestuur.
Het herwaarderen van bouwen als kunst van het maken — niet als autonoom spel, maar als geïntegreerde praktijk — is daarom essentieel. Niet om oude begrippen te herstellen, maar om de samenhang tussen mens, gebruik en omgeving opnieuw centraal te stellen.
14. Heinrich Tessenow - Hausbau und Dergleichen
Binnen de visie van NOVIOTECTO neemt het denken van Heinrich Tessenow een bijzondere plaats in. Zijn boek Hausbau und dergleichen (1916) richt zich niet op uitzonderlijke architectuur, maar op het gewone bouwen: wonen, vakmanschap, eenvoud en menselijke maat.
Tessenow schreef zijn boek in een periode waarin de moderne architectuur zich begon te ontwikkelen. Juist daarom is zijn positie opvallend. Hij keerde zich niet tegen vernieuwing, maar tegen spektakel, pretentie en abstractie. Voor hem lag de kwaliteit van architectuur niet in originaliteit, maar in zorgvuldigheid. Niet in het ontwerp als idee, maar in het bouwen als handeling.
Centraal in zijn benadering staat het alledaagse. Wonen is geen esthetisch experiment, maar een fundamentele menselijke behoefte. Architectuur moet dit ondersteunen door helderheid, eenvoud en rust. Vorm ontstaat niet uit expressie, maar uit maat, verhouding en het respecteren van het ambacht. Het werk van de bouwvakker is daarin even belangrijk als dat van de architect.
Deze houding sluit nauw aan bij de kern van NOVIOTECTO. Tessenow beschouwde bouwen als een morele en culturele activiteit, niet als een autonoom kunstspel. Architectuur moest dienstbaar zijn aan het leven en ingebed in een bredere traditie van maken en gebruiken. Zijn werk toont dat terughoudendheid geen beperking is, maar een voorwaarde voor betekenis.
Dat Hausbau und dergleichen vandaag opnieuw relevant is, zegt veel over de huidige situatie. Waarden als eenvoud, vakmanschap en aandacht zijn in de hedendaagse bouwpraktijk grotendeels naar de achtergrond verdwenen. Tessenow biedt geen methode of stijl, maar een houding: bouwen met ernst, zorg en respect voor het gewone.
Binnen NOVIOTECTO wordt zijn werk daarom niet gezien als historisch referentiepunt, maar als een blijvende toetssteen. Het herinnert eraan dat architectuur pas waarde krijgt wanneer zij het dagelijkse leven draagt — stil, helder en zonder pretentie.
15. M'ZAB: een bijzondere cultuur in de woestijn
Binnen de visie van NOVIOTECTO neemt juist het denken van André Ravéreau een fundamentele plaats in. Zijn boek Le M’Zab, une leçon d’architecture richt zich niet op architectuur als ontwerpdiscipline, maar op architectuur als levenspraktijk: bouwen als antwoord op klimaat, gebruik, moraal en collectieve organisatie.
Ravéreau ontwikkelde zijn denken vanuit langdurige studie en bewoning van de M’Zab in Algerije. In een periode waarin de architectuur steeds abstracter, formeler en autonomer werd, koos hij een andere weg. Hij verzette zich niet tegen moderniteit op zich, maar tegen architectuur die zichzelf tot doel maakt. Voor Ravéreau ligt de kwaliteit van architectuur niet in expressie of originaliteit, maar in juistheid: het juiste gebaar, op de juiste plaats, op het juiste moment.
Centraal in zijn benadering staat het gebruik. Wonen is geen esthetisch vraagstuk, maar een fysieke en morele noodzaak: beschutting bieden. Vorm ontstaat niet uit compositie, symboliek of proportieleer, maar uit een strikte aandacht voor materiaal, techniek, klimaat en menselijk gedrag. Elk element betekent alleen wat het is en doet alleen wat nodig is. Architectuur verwijst nergens naar — zij is.
Deze houding sluit nauw aan bij de kern van NOVIOTECTO. Ravéreau beschouwde bouwen als een morele daad, ingebed in een collectieve cultuur. De architect is geen vormgever, maar een verantwoordelijke deelnemer aan een gedeeld proces. Terughoudendheid, eenvoud en beperking zijn geen tekortkomingen, maar voorwaarden voor duurzaamheid, helderheid en vrijheid van gebruik.
Dat Le M’Zab, une leçon d’architecture vandaag opnieuw relevant is, zegt veel over de hedendaagse situatie. In een bouwpraktijk die wordt gedomineerd door beeld, spektakel en technische overdaad, biedt Ravéreau geen methode of stijl, maar een ethiek: bouwen vanuit maat, noodzaak en zorg.
Binnen NOVIOTECTO wordt Ravéreau daarom niet gelezen als een theoreticus van een exotisch voorbeeld, maar als een blijvende toetssteen. Zijn werk herinnert eraan dat architectuur pas betekenis krijgt wanneer zij het leven ondersteunt — sober, exact en zonder pretentie.
16. BIDONVILLES, SHANTYTOWNS, FAVELAS... SLOPPENWIJKEN....
Binnen de visie van NOVIOTECTO worden informele nederzettingen niet gezien als een tekort aan architectuur, maar als een andere vorm ervan. Sloppenwijken ontstaan uit nood, maar functioneren volgens een diep menselijke logica: incrementeel, adaptief en gebruiksgestuurd.
Waar modernistische stedenbouw vertrekt vanuit abstracte orde en vooraf vastgelegde plannen, groeit de informele wijk stap voor stap. Woningen worden uitgebreid, aangepast en getransformeerd naarmate het leven daarom vraagt. Architectuur ontstaat hier niet uit ontwerp, maar uit handelen. Niet uit ideaalbeelden, maar uit dagelijkse realiteit.
Deze manier van bouwen toont een directe afstemming tussen mens, materiaal en behoefte. Gebruikte materialen zijn pragmatisch gekozen en vaak hergebruikt. Wegen, paden en pleinen ontstaan door gebruik en ontmoeting. De ruimtelijke structuur weerspiegelt sociale relaties en collectieve organisatie, niet een opgelegd raster.
In die zin sluiten sloppenwijken verrassend nauw aan bij de kernaspecten van NOVIOTECTO. Zij tonen bouwen als proces, ruimte als ervaring, betekenis als identificatie en een intuïtieve afstemming op de geest van de plek. Wat van buitenaf chaotisch lijkt, blijkt van binnenuit coherent en leefbaar.
De vraag naar de rol van de architect wordt hier onvermijdelijk. Casussen zoals het werk van Roland Simounet en later John Turner laten zien dat de architect het informele kan analyseren en interpreteren, maar niet kan vervangen. Pogingen tot structurering brengen soms ruimtelijke kwaliteit, maar lossen sociale en economische ongelijkheid niet op — en kunnen zelfs een bestaand evenwicht verstoren.
NOVIOTECTO stelt daarom een kritische positie voor. Niet romantiseren, niet formaliseren, maar erkennen. Informele nederzettingen tonen een fundamenteel menselijke manier van bouwen, waarin flexibiliteit, veerkracht en gemeenschap leidend zijn. Zij dagen de discipline uit om opnieuw na te denken over wat architectuur en stedenbouw werkelijk betekenen.
Sloppenwijken zijn geen afwijking van een stedelijk ideaal. Zij zijn een confronterende spiegel — en een bron van lessen over leefbaarheid die niet genegeerd kunnen worden.
17. HET DETAIL in het bouwen en architectuur
Binnen de visie van NOVIOTECTO vormt het detail geen afwerking, maar een essentiële toetssteen van de kwaliteit van bouwen en architectuur. In het detail komt alles samen: intentie, vakmanschap, materiaal, ruimte, techniek en betekenis.
De bekende uitspraken van Ludwig Mies van der Rohe — “God is in the details” en “Less is more” — verwijzen niet naar esthetiek alleen, maar naar een houding. Het detail laat zien of een bouwwerk werkelijk begrepen is. Of keuzes kloppen. Of samenhang aanwezig is. En of de triade van Vitruvius — Venustas, Utilitas en Firmitas — daadwerkelijk in balans is.
Het detail is het punt waar abstractie verdwijnt en realiteit zichtbaar wordt. Klimaat, oriëntatie, bouwfysica en materiaalgedrag laten zich hier niet negeren. Wie deze aspecten ontkent, zal dat onvermijdelijk terugzien in falende details. Het detail “zoekt” orde; wanneer die ontbreekt, openbaart zich de fout.
Juist in het detail toont zich het vakmanschap. Overgangen tussen materialen, nuances in textuur en kleur, de werking van licht en schaduw, en het ruimtelijk inzicht in drie dimensies maken zichtbaar of bouwen met aandacht is uitgevoerd. Het detail is daarmee zowel technisch als zintuiglijk.
In een context als de Nederlandse is dit extra scherp. Water- en luchtdichtheid, het vermijden van koudebruggen en condensatie vragen om precisie. Niet als technische exercitie, maar als integraal onderdeel van architectuur. Een goed detail verbindt gebruikswaarde, duurzaamheid en schoonheid zonder nadruk op één van deze aspecten.
De klassieke bouwkunst laat zien dat dit mogelijk is. Moderne architectuur daarentegen vervalt vaak in effectbejag, waarbij het detail Venustas suggereert maar Firmitas en Utilitas onder druk zet. Het resultaat is kwetsbaarheid, onderhoudsproblemen en verlies aan betekenis.
NOVIOTECTO beschouwt het detail daarom niet als een esthetisch moment, maar als een ethische handeling. Wie zorgvuldig detailleert, toont respect: voor materiaal, voor vakmanschap, voor de gebruiker en voor de plek. Een bouwwerk dat in het detail klopt, hoeft zich niet te bewijzen — het is overtuigend.
Het juiste oog herkent dit vanzelf. Het detail liegt niet.
18. LANDSCHAP en ARCHITECTUUR
Binnen de visie van NOVIOTECTO zijn landschap en architectuur geen gescheiden domeinen, maar één continuüm. Architectuur ontstaat altijd ín een landschap en is tegelijkertijd een ingreep daarop. In deze wederkerige relatie staan niet alleen mens en natuur centraal, maar ook een grotere kosmische ordening.
Het landschap is geen neutrale achtergrond. Klimaat, bodem, water, reliëf en vegetatie bepalen hoe en waar gebouwd wordt. Zij dwingen tot aanpassing, tot luisteren en reageren. Bouwvormen, materialisering en ruimtelijke structuren zijn daar directe afgeleiden van. Tegelijk is landschap ook cultuur: gevormd door eeuwenlange menselijke ingrepen, zoals polders, terrassen, irrigatiesystemen en nederzettingen langs rivieren. Landschap is daarmee een collectief geheugen.
Naast deze fysieke en culturele dimensie is er een spirituele laag. In vele culturen werd — en wordt — bouwen afgestemd op kosmische ritmes: zon, seizoenen, sterren en windrichtingen. Architectuur fungeerde als bemiddelaar tussen mens, aarde en kosmos. Deze afstemming gaf betekenis, oriëntatie en zingeving aan het dagelijks leven. Geomantische principes waren hierin geen toevoeging, maar uitgangspunt.
Elke architectonische ingreep verandert het landschap. Steden, infrastructuur en industrie herscheppen natuurlijke systemen — soms uit noodzaak, soms uit economische of politieke drijfveren. De modernistische benadering heeft hierin diepe sporen nagelaten, vaak met ecologische en sociale gevolgen. Het groeiende besef dat deze houding onhoudbaar is, leidt tot pogingen om architectuur weer samen te laten werken met natuurlijke processen. Dit is een noodzakelijke ontwikkeling, maar vraagt om meer dan technische correcties.
De mens is de schakel. Als ontwerper, bouwer en gebruiker draagt hij verantwoordelijkheid voor de samenhang tussen landschap en architectuur. De wijze waarop hij bouwt weerspiegelt zijn wereldbeeld. Waar ooit overheersing centraal stond, groeit nu het besef van verbondenheid. Niet als ideologie, maar als noodzaak voor leefbaarheid.
Groene ruimtes — tuinen, parken en landschappelijke overgangen — spelen hierin een essentiële rol. Zij vormen geen decoratie, maar verlengstukken van de leefruimte. Zij dragen bij aan welzijn, ontmoeting, ecologie en klimaatadaptatie, en hebben tevens een verstillende, bijna spirituele werking. In traditionele culturen was dit inzicht vanzelfsprekend.
NOVIOTECTO beschouwt landschap en architectuur daarom als voortdurend in transformatie. De opgave voor de toekomst ligt niet in controle, maar in afstemming: het vinden van een nieuwe balans tussen mens, natuur en kosmos. Dáár ligt de kern van leefbaarheid.
19. MODERNITEIT versus TRADITIE
Binnen de visie van NOVIOTECTO is de tegenstelling tussen moderniteit en traditie geen strijd tussen oud en nieuw, maar een fundamentele vraag naar richting en betekenis. Deze spanning loopt als een rode draad door het denken over bouwen en architectuur in de afgelopen eeuw.
Historische debatten maken dit zichtbaar. In confrontaties tussen Peter Eisenman en Leon Krier, en later tussen Eisenman en Christopher Alexander, stonden twee wereldbeelden tegenover elkaar. De modernistische benadering verdedigde abstractie, autonomie en theoretische zuiverheid; de traditionele benadering pleitte voor continuïteit, menselijke maat en een tijdloze manier van bouwen. Opvallend was dat deze debatten niet eindigden in overwinning, maar in wederzijds respect — een erkenning dat beide posities kwaliteiten én beperkingen hebben.
In de hedendaagse context wordt deze spanning belichaamd door Rem Koolhaas. Zijn benadering vertrekt niet vanuit orde of traditie, maar vanuit de chaos van de moderne metropool. Hij beschrijft wat is, niet wat zou moeten zijn. Dat maakt zijn werk realistisch en scherpzinnig. Tegelijkertijd schuilt hierin een paradox: door chaos te accepteren en te esthetiseren, wordt zij ook bestendigd. De stad wordt gelezen, maar zelden genezen.
NOVIOTECTO positioneert zich buiten deze schijnbare tweedeling. Niet door moderniteit af te wijzen of traditie te idealiseren, maar door een onderliggend axioma te formuleren: een cultuur die wetenschap, techniek en vooruitgang loskoppelt van spiritualiteit, verliest haar richting. De crises van onze tijd — ecologisch, sociaal en existentieel — zijn daar directe uitingen van.
Wetenschap en moderniteit zullen uiteindelijk zelf uitkomen bij spiritualiteit. Niet als geloofssysteem, maar als besef van samenhang tussen mens, natuur en kosmos. Alleen binnen dat kader kan vooruitgang leiden tot leefbaarheid. Traditie is daarin geen stilstaand verleden, maar een drager van ervaring en betekenis. Moderniteit is geen doel op zich, maar een mogelijke fase van vernieuwing — mits zij geworteld blijft.
Voor bouwen en architectuur betekent dit een fundamentele heroriëntatie. De bewoner wordt opnieuw onderdeel van het proces. Architectuur wordt weer een collectieve handeling, gedragen door kennis, kunde, intuïtie en ethiek. Geen terugkeer, geen vlucht vooruit, maar een nieuwe horizon.
NOVIOTECTO roept daarom niet op tot kiezen tussen moderniteit of traditie, maar tot herverbinding. Wanneer wetenschap dient in plaats van domineert, wanneer techniek ondersteunt in plaats van vervreemdt, en wanneer bouwen weer betekenis krijgt binnen het grotere geheel, ontstaat de mogelijkheid van een leefbare toekomst.
Dat is geen utopie, maar een verantwoordelijkheid.
20. ENERGIEWERKING
Binnen de visie van NOVIOTECTO is energiewerking één van de meest essentiële, maar ook meest veronachtzaamde aspecten van bouwen en architectuur. Hoewel velen intuïtief aanvoelen dat ruimtes een werking hebben op lichaam en geest, ontbreekt in de westerse bouwpraktijk het bewustzijn én de taal om dit aspect serieus te onderzoeken.
Energiewerking verwijst naar de wisselwerking tussen mens, ruimte, natuur en kosmos. In vrijwel alle traditionele culturen was deze werking vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven en het bouwen. In de westerse cultuur is dit inzicht grotendeels verloren gegaan door een eenzijdig rationele en wetenschappelijke benadering, waarin alleen het meetbare als geldig wordt beschouwd.
Niet-westerse tradities zoals Vastu Shastra en Feng Shui bieden inzicht in hoe energiewerking wordt waargenomen en toegepast. Niet als dogma, maar als afstemming. Richting, licht, openheid, materialisering en verhouding bepalen hoe energie kan binnenkomen, circuleren of stagneren. Deze systemen zijn geen recepten voor westerse architectuur, maar spiegels die helpen om opnieuw te leren waarnemen en voelen.
Ook de westerse cultuur kende ooit dit bewustzijn, zichtbaar in begrippen als Genius Loci en in geomantische praktijken rond plaatskeuze en oriëntatie. Energiewerking kan worden opgevat als een kosmisch fenomeen, vergelijkbaar met licht: één oorsprong, uiteenlopend in vele culturele ‘kleuren’. Elke cultuur interpreteert deze werking op haar eigen wijze via rituelen, symboliek, vormen en bouwtradities.
NOVIOTECTO ziet energiewerking als een spirituele hoedanigheid die leefbaarheid mogelijk maakt. Architectuur die deze werking toelaat en begeleidt, wordt als bezield ervaren. Architectuur die haar negeert, kan technisch en intellectueel overtuigen, maar wordt vaak als kil of zielloos beleefd. De verfijning van klassieke en niet-westerse vormentalen laat zien hoe ordening, maat en ornamentiek energie kunnen verwelkomen en laten stromen.
De herontdekking van energiewerking begint niet met regels, maar met houding. Met openstaan voor intuïtie. Met het besef dat achter tradities, vormen en materialen meer schuilgaat dan pragmatiek alleen. Waar moderniteit deze laag heeft weggefilterd, nodigt NOVIOTECTO uit om haar opnieuw te verkennen — niet door imitatie, maar door aandacht en ervaring.
Plaatsen als het Alhambra (Granada, Spanje) tonen hoe architectuur, paradijstuin, ruimte en ornament samen een harmonische energiewerking kunnen oproepen. Zij maken zichtbaar wat niet meetbaar is, maar wel voelbaar: dat leefbaarheid ontstaat wanneer mens, omgeving en kosmos op elkaar zijn afgestemd.
Energiewerking is geen mystiek bijverschijnsel. Zij is de stille basis van betekenisvol bouwen.
21. MANIFEST wetenschap geworteld in spiritualiteit
Een nieuwe horizon: wetenschap geworteld in spiritualiteit
In een tijd waarin wetenschap en technologie vaak worden gezien als hoogste maatstaf, groeit het besef dat deze weg onvolledig is. De kern van de huidige crises – ecologisch, sociaal en existentieel – ligt in het vergeten van de spirituele dimensie.
De boodschap is eenvoudig en krachtig:
Wetenschap heeft slechts blijvende betekenis wanneer zij ingebed is in spiritualiteit, het overkoepelende geheel dat de mens, de natuur en de kosmos verbindt.
Waar de moderniteit probeerde te bouwen zonder geest, ontstond leegte en fragmentatie. Maar juist nu wordt duidelijk: de wetenschap zelf zoekt – vaak onbewust – naar eenheid, harmonie en zin. Dit verlangen wijst naar spiritualiteit als fundament.
Een visioen voor de toekomst
Wanneer moderniteit en wetenschap hun plaats hervinden binnen een spiritueel geheel, ontstaat de mogelijkheid van een werkelijk betere wereld:
-
Onderwijs dat hoofd én hart vormt.
-
Economie die draait om welzijn in plaats van winst.
-
Technologie die in harmonie werkt met mens en aarde.
-
Samenleving die zorg draagt voor komende generaties.
Oproep
De tijd is rijp om dit inzicht te omarmen. Laten we moderniteit niet verwerpen, maar heroriënteren. Wetenschap blijft onmisbaar, maar slechts als dienaar van het grotere geheel. Dan pas kan vooruitgang leiden tot wijsheid, verbondenheid en vrede.
22. HET BOUWPROCES
HET BOUWPROCES BINNEN NOVIOTECTO
1. Het bouwproces begint vóór het ontwerp
Bouwen start niet met vorm, maar met waarneming en begrip: van plek, mens, gebruik en intentie.
Het ontwerp is geen beginpunt, maar een momentopname in een voortgaand proces.
2. Bouwen is afstemming, geen beheersing
Waar het moderne proces stuurt op controle, richt NOVIOTECTO zich op afstemming:
tussen mens en opdrachtgever, ontwerp en vakmanschap, materiaal en constructie, gebouw en omgeving.
Leefbaarheid ontstaat niet uit beheersing, maar uit afstemming.
3. De mens staat in het midden
De gebruiker is geen eindstation, maar mede-vormgever vanaf het begin.
Niet representatie, maar gebruik en ervaring zijn leidend.
4. Vakmanschap is kennis
Vakmanschap is geen uitvoerende schakel, maar dragende kennis en ethiek.
Het detail is geen technische oplossing, maar een moreel moment in het bouwproces.
5. Transformatie is kwaliteit
Bouwen eindigt niet bij oplevering.
Gebouwen mogen verouderen, veranderen en groeien zonder hun betekenis te verliezen.
6. Spiritualiteit als onderlaag
Spiritualiteit wordt begrepen als aandacht, intentie en samenhang.
Elke ingreep heeft werking — bewust of onbewust.
Bewuste intentie versterkt harmonie; zonder aandacht leidt tot vervreemding.
Zeven leerprincipes voor het bouwproces
-
Afstemming vóór beheersing
-
Proces vóór product
-
Mens vóór systeem
-
Vakmanschap als kennisdrager
-
Transformatie als kwaliteit
-
Duurzaamheid als vanzelfsprekend gevolg
-
Verantwoordelijkheid als grondhouding
De rol van de architect
Binnen NOVIOTECTO is de architect ontwerper én eindverantwoordelijke bouwer:
ontwerp, uitvoering en gebruik vormen één samenhangend maakproces.
De architect bouwt zelf,
óf betrekt de bouwer als participant,
maar blijft verantwoordelijk voor werking, betekenis en leefbaarheid.
(zie ook thema 22. ONDERWIJS: een reorganisatie)
Ontwerp en uitvoering zijn geen fases,
maar één continu proces.
Leefbaarheid is het toetsingskader.
De huidige procesmatige, juridische en contractuele kaders zijn niet ontworpen voor dit samenhangende bouwproces.
Hun toepassing vergt daarom bewuste herinterpretatie en nadere afstemming, zonder het architectonische en morele eigenaarschap te fragmenteren.
23. ONDERWIJS: een reorganisatie
Het huidige bouw- en architectuuronderwijs is structureel onvolledig.
Het scheidt ontwerpen van bouwen, concept van uitvoering, architect van gebruiker.
Daardoor is architectuur losgeraakt van betekenis, leefbaarheid en het dagelijks leven.
Binnen de logica van NOVIOTECTO volstaat hervorming niet.
Wat nodig is, is een reorganisatie.
Architectuur als praktijk, niet als discipline
Architectuur is geen autonome designdiscipline, maar een menselijke praktijk.
Onderwijs moet daarom niet primair vormgevers opleiden, maar bouwmeesters:
mensen die begrijpen hoe bouwen werkt — ruimtelijk, materieel, sociaal én spiritueel.
Niet het eindbeeld staat centraal, maar het proces:
waarnemen → begrijpen → afstemmen → maken → gebruiken → transformeren.
Afstemming als kerncompetentie
Niet originaliteit van vorm, maar kwaliteit van afstemming is maatgevend:
tussen mens, plek, materiaal en betekenis.
Vakmanschap is geen uitvoerende schakel, maar kennisdrager.
Het detail is een ethische toetssteen.
Wat niet meetbaar is, is niet betekenisloos.
Intuïtie, ervaring, aandacht en spiritualiteit zijn wezenlijke dimensies van ruimte en dienen onderdeel te zijn van het onderwijs — zonder dogma, maar met verantwoordelijkheid.
Duurzaamheid als gevolg
Duurzaamheid is geen afzonderlijk leerdoel.
Zij is het gevolg van juist bouwen.
Wanneer kennis, kunde, materiaalgebruik en transformatie vanzelfsprekend zijn,
De architect als bouwmeester (21e eeuw)
Binnen NOVIOTECTO blijft ontwerpen de hoofdtaak van de architect.
Maar ontwerpen is geen autonome daad — het is een verantwoordelijkheid.
De architect is ontwerper omdat hij verantwoordelijkheid draagt voor het bouwen.
Niet ondanks, maar dankzij die verantwoordelijkheid.
Dit vereist een herijking van het competentieprofiel.
Kerncompetenties van de architect
De opleiding moet expliciet voorzien in:
-
Ontwerpcompetentie
Ruimtelijk denken, typologie, betekenis, proportie, licht, traditie én vernieuwing.
-
Bouwkundige competentie
Constructie, materialisering, detaillering, bouwfysica en klimaat — begrepen, niet uitbesteed.
-
Uitvoeringscompetentie Organiseren en aansturen van het bouwproces, beslissen op de bouwplaats, verantwoordelijkheid dragen voor maakbaarheid, kwaliteit en samenhang.
-
Samenwerkingscompetentie
De architect werkt samen met bouwers, ambachtslieden, ingenieurs en gespecialiseerde adviseurs.
Niet als hiërarchische vormgever, maar als coördinator van één gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Waar energiewerking of geomantie relevant is, kan een specialist worden betrokken — adviserend, niet leidend.
-
Ethiek & betekenis
Leefbaarheid als uitgangspunt.
Bewustzijn van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Inzicht in spiritualiteit als betekenislaag van ruimte — niet religieus, maar existentieel.
Ontwerp en uitvoering: één verantwoordelijkheid
Binnen NOVIOTECTO worden ontwerp en uitvoering niet gescheiden.
De architect is geen externe auteur die zijn plan overdraagt, maar bouwmeester van het geheel.
Wanneer de architect niet zelf bouwt,
wordt de bouwer niet ingezet als uitvoerder,
maar als participant in het ontwerpproces.
Analogie: de auto-industrie
In de auto-industrie zijn ontwerp en productie onlosmakelijk verbonden.
Het ontwerpteam werkt met het productieteam — binnen één verantwoordelijkheid.
Binnen NOVIOTECTO geldt hetzelfde voor het bouwen:
-
ontwerpbeslissingen worden genomen met kennis van maakbaarheid
-
uitvoering is voortzetting van het ontwerp
-
verantwoordelijkheid wordt niet doorgeschoven
Waar ontwerp, bouw en verantwoordelijkheid zijn gescheiden:
ontstaat kwaliteitsverlies, vervreemding en verlies aan leefbaarheid.
Educatieve consequentie
Daarom moet de architect worden opgeleid:
-
als ontwerper
-
als bouwer
-
als coördinator van het maakproces
Niet als manager.
Niet als controleur.
Maar als bouwmeester.
Architectuur is alleen geloofwaardig
wanneer de architect bouwverantwoordelijkheid draagt —
direct of georganiseerd.
Zonder deze eenheid verwordt architectuur tot bouwdesign.
Met deze eenheid wordt bouwen opnieuw leefbaar.
NOVIOTECTO
is geen methode voor het onderwijs,
maar het kader waarbinnen onderwijs zijn betekenis hervindt.
Het praktische vervolg van NOVIOTECTO ligt niet in nieuwe theorie, maar in een herinrichting van het onderwijs — waarin ontwerpen, bouwen en verantwoordelijkheid opnieuw één samenhangende praktijk vormen.
24. WERELDBEVOLKING en ARCHITECTUUR
1. Hoeveel van de wereldbevolking leeft in wat wij “architectuur” noemen?
Als we architectuur definiëren zoals het vak dat vandaag doet
(d.w.z. ontworpen door architecten, volgens formele ontwerpprocessen, binnen regelgeving, vaak iconisch of planmatig), dan zijn de cijfers confronterend:
-
Wereldbevolking (2025): ± 8,1 miljard mensen
-
Mensen die wonen in formeel ontworpen architectuur:
→ ca. 15–25% -
Mensen die wonen in informele, vernaculaire, zelfgebouwde of hybride omgevingen:
→ ca. 75–85%
Daarbinnen:
-
± 1 miljard mensen wonen in sloppenwijken / informele nederzettingen
-
nog eens 2–3 miljard in vernacular housing, rurale bouw, zelfbouw, incrementale woningbouw
-
slechts een klein deel woont in architectuur die:
-
door een architect is ontworpen
-
als “architectuur” wordt gepubliceerd, onderwezen of bekroond
-
Architectuur (zoals het vak zichzelf definieert) is dus een minderheidsfenomeen.
2. Wat zegt dit over architectuur als betekenisdrager?
Architectuur is niet de primaire drager van leefbaarheid voor de mens.
Dat is een ongemakkelijke waarheid voor het vak.
Voor het grootste deel van de mensheid geldt:
-
leefbaarheid ontstaat door:
-
gebruik
-
aanpassing
-
sociale structuren
-
ritme, herhaling, traditie
-
toe-eigening
-
-
niet door ontwerpconcepten
-
niet door esthetische intenties
-
niet door architectonische theorie
Met andere woorden:
De mens leeft niet dankzij architectuur,
maar ondanks architectuur.
Of:
Waar architectuur afwezig is,
ontstaat vaak tóch leefbaarheid.
Waar architectuur dominant is,
verdwijnt zij soms.
Dit maakt duidelijk hoe relatief architectuur is als betekenisdrager:
-
zij is niet noodzakelijk
-
zij is niet universeel
-
zij is niet vanzelfsprekend
-
zij is niet superieur
En precies dát is haar probleem én haar kans.
3. Wat is de rol van NOVIOTECTO hierin?
NOVIOTECTO probeert niet:
-
architectuur uit te breiden
-
architectuur te verabsoluteren
-
architectuur opnieuw centraal te stellen
Maar:
NOVIOTECTO verplaatst architectuur terug
naar waar zij betekenis kan hebben.
Drie kernrollen van NOVIOTECTO
1. Relativeren van architectuur
NOVIOTECTO erkent expliciet:
-
dat architectuur geen universeel antwoord is
-
dat zij slechts één mogelijke vorm is van ruimtelijke betekenis
-
dat bouwen primair een menselijke praktijk is, geen discipline
2. Verbinden van werelden
NOVIOTECTO slaat een brug tussen:
-
vernacular / informele bouw
-
traditionele culturen
-
moderne techniek
-
hedendaagse maatschappelijke vraagstukken
Niet door deze te esthetiseren,
maar door hun werkingsprincipes serieus te nemen:
-
transformatie
-
incrementalisme
-
afstemming
-
spiritualiteit
-
gebruik vóór vorm
3. Herdefiniëren van de rol van de architect
Binnen NOVIOTECTO is de architect:
-
niet de auteur
-
niet de stylist
-
niet de probleemoplosser
Maar:
-
procesbewaker
-
betekenislezer
-
afstemmingsfiguur
-
brug tussen mens, plek en werking